Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers

 

Artikel 67 Nabestaandenpensioen
1
Het nabestaandenpensioen bedraagt vijf zevende gedeelte van het pensioen, waarop het overleden kamerlid als zodanig aanspraak zou hebben gehad, indien hij met ingang van de dag na die van zijn overlijden was ontslagen, of waarop het overleden gewezen kamerlid als zodanig recht of uitzicht had, een en ander met inachtneming van artikel 60, tweede lid, onder b en c.
2
In afwijking van het vorige lid bedraagt het pensioen van de nabestaande van hem die overlijdt:
a
als kamerlid vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, vijf zevende gedeelte van het pensioen waarop dat kamerlid aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hij tot het bereiken van evengenoemde leeftijd het kamerlidmaatschap zou hebben bekleed;
b
als gewezen kamerlid in de periode, waarover hem een uitkering is toegekend, vijf zevende gedeelte van het pensioen waarop het gewezen kamerlid aanspraak zou hebben kunnen maken, indien hij tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar recht op uitkering zou hebben gehad, met dien verstande dat voor de berekening van het pensioen de kamerlidtijd wordt doorgeteld naar de mate van medetelling van kamerlidtijd op de dag van overlijden.
3
Indien wegens eenzelfde sterfgeval voor een nabestaande recht ontstaat zowel op nabestaandenpensioen krachtens deze afdeling als op een nabestaandenpensioen krachtens of op de voet van de tweede of vijfde afdeling van deze wet, wordt voor de berekening van de eigen pensioenen waarvan de nabestaandenpensioenen zijn afgeleid, tijd die zowel voor de berekening van eerstbedoeld pensioen als voor de berekening van het andere pensioen medetelt en niet daadwerkelijk gelijktijdig in de verschillende ambten is doorgebracht, slechts medegeteld voor de berekening van het pensioen, waarbij die tijd het hoogste bedrag oplevert.
4
Bij de toepassing van de voorgaande leden wordt ten aanzien van het eigen pensioen voor zover artikel 59a daarop van toepassing is, in alle gevallen gerekend met de franchise bedoeld in artikel 59a, derde lid, onder a.
5
Het nabestaandenpensioen wordt verminderd indien de nabestaande meer dan tien jaar jonger was dan de overledene en het huwelijk dan wel de aanmelding op de dag van overlijden nog geen vijf jaar heeft geduurd. De vermindering bedraagt drie procent voor elk vol jaar dat het leeftijdsverschil meer dan tien jaar bedraagt.


Jurisprudentie bij dit artikel

  • Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.

  • Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.
  •